Berichten van ouders
Samen weer naar school
Verhuizen, dus een nieuwe school
Hoogbegaafdheid en dyslexie
Mijn LOP-je
Informatiepunt Hoogbegaafdheid
Tips voor lesmateriaal

Samen weer naar school
Het initiatief om een particuliere basisschool op te richten,
is ontstaan vanuit (soms zeer pijnlijke) ervaringen met het huidige onderwijs.
Maar ook vanuit een visie over hoe wij in deze tijd onze kinderen begeleiden
naar volwassenheid en vanuit onze visie over onze samenleving, onze visie en
bezorgdheid over kleinere en grotere problemen, zoals: pesten, Ritilin gebruik
als probleemoplossing, het integreren van andere levensbeschouwingen in het
onderwijs (multiculturele samenleving. En natuurlijk vanuit onze visie over het
onderwijs zelf.
We willen proberen onze kinderen de basis mee te geven die
nodig is om zelfstandige volwassenen te kunnen zijn.
Vanuit bezorgdheid en visie willen we niet alleen dat onze
kinderen een plek hebben om zich te kunnen ontwikkelen, maar we willen ook een
alternatief bieden aan andere kinderen die niet in het gemiddelde passen.
Voor de "onderkant" van de leerlingen in het
basisonderwijs is er o.a. het speciaal onderwijs (hoewel zij kampen met
wachtlijsten omdat er steeds meer kinderen met psychosociale en/of emotionele
problemen bij hun deur aankloppen). Maar ook aan de 'bovenkant’ van de
curve bevinden zich kinderen die speciale aandacht nodig hebben
(hoogstwaarschijnlijk evenveel als aan de ‘onderkant’). Door overvolle
klassen en de veelzijdige en ingewikkelde problematiek die kinderen vandaag de
dag meebrengen in de school is het ons inziens veel te veel gevraagd van
leerkrachten om deze kinderen de aandacht te geven die noodzakelijk is. Zij
verdwijnen maar al te vaak in het speciaal onderwijs, terwijl we weten dat deze
kinderen ook daar niet op hun plaats zijn. Maar er is geen alternatief. En
kleine scholen? Ze zijn opgeheven vanuit het beleid van de overheid.
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er evenveel
kinderen aan de onder- als bovenkant niet in het huidige onderwijssysteem
passen.
In deze tijd waarin de economische wetten zeker ook in het
onderwijs erg belangrijk zijn, zien we een zeer ver doorgevoerde globalisering
en uniformisering.
De kinderen die uitvallen, moeten toch weer ingepast worden
in de grijze middenmoot. De praktijk laat zien dat dit bijna in alle gevallen
problemen oplevert. Denk hierbij aan overprikkeling (is Ritilin een werkelijke
oplossing of alleen maar op korte termijn gemakkelijk), agressiviteit,
desinteresse onderpresteren, ontwikkelen van ziekteverschijnselen,
depressiviteit, enz.
Geven we onze kinderen een mogelijkheid zich te ontwikkelen
of hebben we het te druk en moeten zij net als wij ook worden geëconomiseerd.
We praten erover, stellen geld beschikbaar als de problemen te groot worden.
Maar zouden we niet de moed moeten hebben om naar werkelijke oplossingen te
zoeken? Wij willen dit proberen.
Omdat wij het veel te gemakkelijk vinden om alleen maar
kritiek te hebben, de schuld en de verantwoording af te schuiven op een
individuele onderwijzer en op de overheid, zijn we tot dit initiatief gekomen.
Kritiek omzetten in een positief opbouwend signaal en een
alternatief bieden.
Natuurlijk is ons initiatief in vergelijking met de zeer grote problemen uiterst
marginaal.
naar boven

Verhuizen, dus een nieuwe
school!
Regelmatig worden de telefonistes gebeld door leden die gaan
verhuizen. Zij moeten op zoek naar een nieuwe school, en hopen via ons
informatie te krijgen over een fantastische school voor hoogbegaafde kinderen.
Helaas is op zo'n simpele vraag niet een twee drie antwoord
te geven.
Wij hebben geen databank met gegevens over scholen.
Wel beschikken wij over een summiere lijst met namen van
scholen, die wij via leden ontvangen hebben, waar het lesgeven aan hoogbegaafden
goed is opgepakt. U kunt ons hierover bellen. Deze gegevens worden echter niet
geupdated en betreffen subjectieve meningen.
Gelukkig kunt u in een geval van verhuizing ook heel veel
zelf doen:
- U kunt alle scholen in uw nieuwe woonplaats vragen om
informatie aan u op te sturen, bijvoorbeeld de schoolgids en het schoolplan.
Hierin kunt u eens rustig kijken wat de school doet voor hoogbegaafde
leerlingen. Worden ze überhaupt wel genoemd?
- Indien u op bezoek gaat bij enkele scholen, kunt u vragen
of de school meer hoogbegaafde kinderen onder haar dak heeft. Het gaat er
niet zo zeer om dat u perse het aantal wilt weten, maar om te zien of u over
het onderwerp hoogbegaafdheid serieus genomen wordt in zo'n gesprek, en hoe
de directie en leerkrachten reageren op uw vragen.
- Tijdens een bezoek aan de school kunt u ook eens terloops
vragen welke materialen gebruikt worden voor verbreding en verrijking van
hoogbegaafden, en vragen of u dat mag zien. Als deze materialen in de
klassen beschikbaar zijn, zullen ze vaker gebruikt worden, dan wanneer het
ligt opgeslagen in een magazijn.
- Vraag of de school een beleid omtrent hoogbegaafden, mag
een kind versnellen?
Uiteraard spelen er heel veel andere facetten mee bij een
schoolkeuze, en soms zijn deze erg subjectief. Maar ook het gevoel dat een
nieuwe leerkracht bij u en uw kind achter laat is zeker ook belangrijk. Probeert
u er echter wel achter te komen of de intentie om goed met hoogbegaafde om te
gaan een intentie zal blijven, of dat deze ook in daden zal worden omgezet.
naar boven

Hoogbegaafdheid en dyslexie
Als moeder van een hoogbegaafde zoon en een dyslectische
dochter, en tevens als docent in het middelbaar onderwijs, ken ik zo onderhand
wel het klappen van de zweep. Ik weet op welk onbegrip ouders stuiten, en waarom
dat onbegrip er op scholen zo vaak is. Als moeder kwam ik dat zelfde onbegrip
tegen, als docent zat ik regelmatig met de handen in het haar. Hoogbegaafdheid
signaleren is makkelijker dan er daadwerkelijk iets mee doen, een stuk
begeleiding geven. En, ik moet toegeven, er zijn genoeg collega's die simpelweg
het fenomeen hoogbegaafdheid een modeverschijnsel vinden. Net als ADHD. Net als
dyslexie. Misschien dat de laatste nog wel het meest serieus wordt genomen.
Inmiddels heb ik mij verdiept in de diverse manieren waarop
onderwijzend Nederland dyslexie denkt te kunnen oplossen. In 9 van de 10
gevallen is dat stompzinnig herhalen en opdreunen van regeltjes, ezelsbruggetjes
en lettergrepen. Inderdaad zien we dan ook resultaten: het kind gaat met lezen
vooruit. Wat ik ook tegenkwam was een methode die zo onwaarschijnlijk simpel
leek, dat ik daar zeer mijn bedenkingen bij had. Met nadruk op HAD. Inmiddels
heb ik de opleiding voor deze methode gevolgd, en sta ik iedere keer weer
perplex hoe gigantisch de resultaten zijn, en met hoeveel plezier de kinderen
deze ‘therapie’ volgen.
Het wonderwoord is Oriëntatie.
Laat ik u een stukje meenemen: sluit eens uw ogen, en stelt u
zich voor dat u op het strand bent. Misschien ziet u nu wel de golven, het zand.
Misschien kunt u zelf de zee ruiken en de zee horen. Als u uw ogen weer open
doet, bent u weer ‘hier’. Het ‘oog’ waarmee u aan het strand was, noemen
we het geestesoog. Op het moment dat u met uw geestesoog kijkt bent u in zekere
mate gedesoriënteerd. Op het moment dat u beelden ziet, bent u een beelddenker.
Bij dyslectische kinderen is die verwarring er erg vaak, zelfs zo vaak dat er
concentratieproblemen kunnen ontstaan. Het geestesoog van zo een kind flitst
alle kanten op en daardoor ziet het kind vervormingen, het ziet alles
driedimensionaal. Ook letters, en dat verklaart waarom het voor zo een kind
moeilijk is om vormen te onderscheiden. Toch kan een dyslectisch kind zich de
taal eigen maken, met veel gezwoeg en geploeter. En met ‘hakken over de
sloot’ resultaten. Het kind komt pas in de knel als het teksten moet gaan
‘ontcijferen’. Dan raakt het verward, en: floep, weg is het geestesoog en
dus de concentratie. Onze letters en cijfers zijn symbolen. Het is eigenlijk
heel erg knap dat een dyslectisch kind ondanks zijn gave van desoriëntatie deze
symbolen weet te vertalen. Het kind leert zich een eigen methode aan die hem in
staat stelt het taalonderwijs tot op zekere hoogte te blijven volgen. Je moet
dan ook wel erg slim zijn of creatief, of beide. Blijkt een kind eenmaal
dyslectisch, dan belandt het heel vaak in het gespecialiseerde onderwijs. Een
hoogbegaafd kind dat dyslectisch is komt dan in een wat ik noem
‘gevarenzone’ .Het zal steeds meer zijn toevlucht nemen tot zijn geestesoog,
waarmee het aan de wandel kan gaan zoals het hem uitkomt. Je krijgt dan de
welbekende ‘dromer’.
En die dromer verzamelt dan ook niet de essentiële
informatie op school. Het mist de uitleg, raakt de draad kwijt, de
onderwijssituatie wordt onaangenaam, en de geestesoogsituatie is zoveel
plezieriger, dus zal het kind ook meer met zijn geestesoog op pad zijn. Het is
dan snel afgeleid. En dus snel verward. Het onderscheid tussen ‘hier’ en
‘daar’ wordt voor het kind steeds moeilijker. Diezelfde desoriëntatie
veroorzaakt ook gebrek aan tijdsbesef, verstrooidheid, onhandigheid. Hoe vaak
worden ouders niet weggehoond als ze vertellen dat hun kind hoogbegaafd is? Want
het kind presteert toch niets? Met de Davis Dyslexia Methode, die oorspronkelijk
bedoeld was voor dyslectische kinderen, blijken nu ook hoogbegaafde kinderen te
kunnen worden geholpen. Met hun ‘onhandigheid’, hun handschrift, hun
tijdsbesef etetcetera. Simpelweg door de kinderen alert te maken op hun eigen
verwarringdrempel hun desoriëntatie. Want ook het merendeel van hoogbegaafden
is beelddenker.
Neem bijvoorbeeld een tot de verbeelding sprekend genie als
Leonardo da Vinci. De man was dyslectisch, een absolute chaoot. Wij houden hem
nog steeds in ere middels het zogenaamde da Vinci syndroom: ergens aan beginnen,
het eindresultaat al ‘zien’, maar het niet afmaken. Want de clou is
duidelijk, en daar gaat het om. Behalve dat da Vinci prachtige dingen bedacht en
maakte, maakte hij ook veel dingen niet af, terwijl zijn opdrachtgevers hem daar
wel voor hadden betaald.
Behalve geniaal was hij dus ook nog ‘crimineel’.
Door taal op een heel andere wijze aan een dergelijk slim en
creatief kind aan te bieden, boor je eigenlijk als het ware een nieuw neuropad
aan. Dergelijke kinderen willen ‘ervaren’, ze willen een ‘beeld’ hebben.
Die beelden mogen ze met deze methode zelf maken: het alfabet wordt gekleid. Een
feest! Al kleiend komen de kinderen hun blokkades tegen, die worden
‘weggepoetst’. Middels klei ervaart het kind de taal. Maar datzelfde gaat op
voor bijvoorbeeld tijdsbesef. En voor rekenen. Want, wat voor taal geldt, geldt
ook voor rekenen, ook voor een onleesbaar handschrift. Het kind leert zich te
oriënteren en zijn eigen verwarringdrempel te herkennen. En daarmee krijgt het
kind ‘ervaringshandvatten’. En het krijgt weer plezier in het leerproces.
Het krijgt weer een stuk zelfvertrouwen. Het gaat weer lekker in zijn vel
zitten. En dat is toch het uiteindelijke doel.
naar boven

Mijn LOP-je: het ontstaan van een plusklasje
Dit wordt een merkwaardig verhaal over hoe een plusklasje
ontstaan kan. Het begon bij de Nationale Wiskundedagen* in Noordwijkerhout. Als
docent van o.a. wiskunde vind ik het leuk om op zijn tijd met vakbroeders en
–zusters van gedachte te wisselen over de dingen die ons in het onderwijs
bezig houden. Ik zag daar boekjes van de stichting “Vierkant voor
Wiskunde”*. Ik werd onmiddellijk gegrepen door het aardige materiaal,
bijvoorbeeld een wisschrift voor ruimtelijke meetkunde. Een kluif voor jonge
leerlingen maar een leuke kluif en ik dacht daarbij aan mijn dochter. Er hoorde
een pakketje Polydron* bij waarmee de Platonische lichamen gebouwd kunnen
worden. Ik was onmiddellijk verkocht. Ik heb een setje aangeschaft met in het
achterhoofd het idee dat het wel iets zou zijn voor de basisschool van mijn
kinderen.
Toevallig ken ik één van de Intern Begeleiders op deze school en heb haar
gevraagd om dit pakketje een keer te proberen. Het duurde een tijdje voor ik
antwoord kreeg. Na voorzichtig informeren bleek dat niemand met deze
wisschriften uit de voeten kon. Hoe kan dat nou, dacht ik. Het is leuk spul,
misschien moeilijk maar als het moeilijk is dan is het toch weer leuk?
Teleurgesteld stapte ik naar de directrice en het legde het geval uit.
Zij is een geweldig inspirerend mens, drukt op een niet hinderlijke manier haar
stempel op de school. Zij staat open voor suggesties en na wat heen en weer
praten werd het idee geboren van een plusklasje. Er zou een groepje van ongeveer
tien kinderen uit de bovenbouw gevormd worden. Er zou geen strenge scheidslijn
aangelegd worden tussen meer begaafd en hoogbegaafd. Wij zouden samen anderhalf
uur in de week met dit clubje aan de slag gaan. Remedial teaching aan de
bovenkant. De samenstelling van het groepje zou aan het schoolteam worden
overgelaten. Gedurende een ochtend zou ik me vrij laten roosteren en na de
zomervakantie zouden we kunnen beginnen.
Uiteindelijk werd het oktober. Elf kinderen telde het groepje, inclusief
dochterlief. We konden aan de slag. Met twee volwassenen werken leek me niet
verkeerd, ik heb geen onderwijservaring met kinderen in deze leeftijd. Als
uitgangspunt kozen we voor een vrij strakke opzet. Per les hanteerden we het
volgende schema:
* Een of twee problemen uit Vooruit!*
* Aan opdrachten werken uit een thematisch boek
* Een afsluitend gesprek
* Spelletjes, liefst niet standaard.
In de gebruikte boeken kwamen onderwerpen over filosofie voor kinderen,
ruimtemeetkunde, cryptogrammen voor kinderen en dergelijke aan bod. Veel
opdrachten waar de kinderen eerst individueel en later steeds meer in groepjes
aan werkten. Heel grappig is dat dat er vanzelf in groeide en waarom ook niet.
Met opzet hanteerden we een dergelijk strak schema en dito georganiseerd
materiaal. Het was voor ons beide nieuw en houvast leek me nodig. De kinderen
vonden het vanaf het prilste begin prachtig. Dat bleek telkens uit het
afsluitend kringgesprek. Iedere keer klonk in hun verhalen door dat ze nu pas
echt uitgedaagd werden en dat ze dat echt leuk vonden.
Werken met het wisschrift was niet zonder problemen. Eigenlijk zou je ze moeten
vertalen naar de taal van kinderen in deze leeftijd. Maar als de opdrachten door
ons waren vertaald ging het volkje zeer geanimeerd aan de slag. Deze groep is
vatbaar voor de schoonheid in wiskundige structuren. Niks geen contexten, niet
eens nodig! Dus zijn de wisschriften heel interessant materiaal voor deze groep
maar helemaal zelfstandig werken is lastig.
Nu wil ik naar een vrijere vorm van werken. Nu gaan we aan de slag met een
thematisch project “Geheimschrift” dat niet in de vorm is gegoten van
talloze kleine opdrachtjes. Dat moet gaan lukken. De kinderen zijn aan mij en ik
aan hen gewend. Die glimmende oogjes als er weer een lastig probleem getackeld
is!
Er zijn natuurlijk voetangels, klemmen en valkuilen. Rob Brunia wees daar in zijn
lezing in Dordrecht al op. Een verrijkingsproject
mag geen vrijblijvend karakter hebben. Resultaten moeten op het
rapport. Af en toe een opdracht voor de volgende les lijkt me ook geen probleem.
Het is niet te vroeg om te concluderen dat zelfs in een schoolse vorm een
plusklasje al voldoet. Ook is het verschil tussen gewoon goede leerlingen met
goede rapporten en echt hoogbegaafde kinderen met vaak mindere rapporten soms
onthutsend duidelijk. Ik hou u op de hoogte van ons nieuwe project.
-------------------
* De Nationale Wiskundedagen worden georganiseerd door het Freudenthal
Instituut. Deze dagen zijn bedoeld voor iedereen die wiskunde doceert of
anderszins professioneel met wiskunde bezig is. Voor de vakgenoten: een
aanrader.
* Informatie over de Stichting “Vierkant voor Wiskunde” kunt u vinden op www.vierkantvoorwiskunde.nl
* Polydron is kunststof materiaal in de vorm van gelijkzijdige, rechthoekige,
gelijkbenige driehoeken, vierkanten, vijf- en zeshoeken etc. De stukjes
kunnen aan elkaar geklikt worden. Het onverwoestbare materiaal is in primaire
kleuren uitgevoerd. Je kunt er de meest fantastische ruimtelijke dingen
meemaken. Het is niet goedkoop maar kinderen kunnen er eindeloos meespelen.
Uitstekend uitdagend materiaal, mijn zoon van zeven is er dol op. Na een paar
weekenden met een geleend pakketje gespeeld te hebben staat het nu boven aan
zijn verjaardagslijst. In Nederland te
bestellen bij Lekopro 020-4160320. Zie ook www.polydron.com
*Vooruit! van uitgeverij Samsom (Alphen aan de Rijn) is een tijdschrift vol met
zeer divers verrijkingsmateriaal. De moeilijkheidsgraad is met sterren
aangegeven. Sommige problemen lijken in de gewone klas ook inzetbaar. In
Vooruit! staan ook artikelen van didactisch-pedagogische aard over onze
doelgroep.
Michel van Glabbeek
naar boven

Informatiepunt Hoogbegaafden
Dit informatiepunt heeft als doel, deskundigheid over de opvang
van hoogbegaafden te bundelen. Tevens stellen zij de gegevens vervolgens
beschikbaar aan instellingen, scholen, ouders, leerlingen en andere
belangstellenden. Het is niet de bedoeling dat de informatiepunten de taken van
de verschillende organisaties, belangenverenigingen en stichtingen overnemen.
Men is begonnen met een inventarisatie van de verschillende organisaties, en van
hetgeen zij zich mee bezig houden.
Het ministerie zal de kennis van het informatiepunt gaan
gebruiken om het beleid inzake onderwijs aan hoogbegaafde te bepalen. Het is dan
ook belangrijk dat dit informatiepunt weet van alle wel’s en wee’s van onze
kinderen. Zij willen graag van u horen welke problemen u bent tegenkomen tijdens
de schooltijd van uw kind(eren). Tevens vinden ze het prettig als u kunt
aangeven wat het dringendst verbetering behoeft. Zij inventariseren de gegevens
en op basis hiervan stippelt het ministerie beleid voor de komende jaren uit.
Graag uw reactie kort en bondig per e-mail!
U kunt hen bereiken op onderstaande adressen:
Voor het primair onderwijs:
SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling), Postbus 2041, 7500 CA
Enschede. Tel.:053-4840840. E-mail: m.hulsbeek@slo.nl
Contactpersoon is Mw. Manon Hulsbeek.
Voor het voortgezet onderwijs:
CPS (Christelijk Pedagogisch centrum), Postbus 1592, 3899 BN
Amersfoort, Tel.: 033-4534343. E-mail: g.deboer@cps.nl
Contactpersoon is Mw. Greet de Boer.
Er is ook een homepage: www.infohoogbegaafd.nl
naar boven

Tips voor extra lesmateriaal
In de afgelopen jaren zijn er gelukkig diverse boeken uitgegeven, o.a. van
Sylvia Drenth, waarin op deze vraag uitgebreid antwoord wordt gegeven. Ook
schoolbegeleidings-diensten hebben steeds meer goede cursussen over
hoogbegaafdheid in hun pakket. Echter versnellen en verrijken leidt er toch nog
wel eens toe dat men niet meer voldoende lesmateriaal heeft voor groep 8. Een
bevriende leerkracht gaf mij de volgende tip: regelmatig staan er in dagbladen,
tijd-schriften of plaatselijke krantjes oproepen om mee te doen aan een
prijsvraag voor het ontwikkelen van ideeën. Zo stond er onlangs in ons
plaatselijke sufferdje een oproepje om een nieuwe sport te bedenken en een
oproep om ideeën te geven om speelplekken te verbeteren. Ook werd er eens een
oproep gedaan om een speeleiland te ontwerpen voor onze recreatieplas. Landelijk
zijn er ook nog wel eens oproepen voor quizzen: b.v. de nationale
wetenschapsquiz. Dit soort prijsvragen kunnen fantastisch worden opgepakt door
een groepje slimmerds uit groep 7 en/of 8.
Bespreek deze tip met de school, kijk goed in de kranten en geef de oproepen aan
de leerkrachten door. Het mes snijdt aan twee kanten: de kinderen worden
uitgedaagd om eens iets creatiefs of slims te doen en de school krijgt als
winnaar van zo'n prijsvraag een leuke prijs en gratis publiciteit in de krant!
naar boven
